Exit verzorgingsstaat

In bijgaande tekst geeft Ron de Boer zijn visie op de wijzigingen die ten gevolge van het nieuwe beleid ten opzichte van de verzorgingsstaat en de bijbehorende regelingen plaats gaan vinden.

De Nederlandse verzorgingsstaat staat de laatste 10 jaar sterk onder druk. Die druk is gevoed door misbruik en oneigenlijk gebruik van solidaire landelijke regelingen en het groeiende beroep op de regelingen, waardoor de kosten sterk stegen. Er is dan ook terecht ingezet op handhaving en aanscherping van de regels. Er is hier en daar nog wel wat “vet op de botten”. Waarom de staat de kosten laten betalen als er sprake is van een groot vermogen dat uiteindelijk ten goede komt aan de kinderen die erven? De hulp was inderdaad “aanbodgericht” en niet gericht op wat de hulpvrager echt nodig had, maar op waar hij recht op had. De hulp hield dure hulpverleningsinstanties in stand met een duur topmanagement.  De zogenaamde kanteling is terecht en heeft ook in Weesp al flink de kosten bespaard.

Twee belangrijke  argumenten zijn erbij gekomen. Ten eerste zou de verzorgingsstaat de  “eigen verantwoordelijkheid” van de burger te weinig stimuleren en is de gevoelswaarde bij het begrip “solidariteit” verslechterd .  “Eigen verantwoordelijkheid” blijkt  een krachtig argument om daadwerkelijk in te zetten op een afbouw van landelijke solidaire regelingen. Daarvoor terug komt dan de eigen inzet  van de burger en van het maatschappelijk netwerk van de hulpvrager. Ten tweede zou de verzorgingsstaat onbetaalbaar worden. Daarvoor komt terug dat je het dan maar zelf moet betalen. Ook als je de pech hebt ziek te worden of een handicap te hebben al dan niet veroorzaakt door ouderdom.

De voordelen van eigen kracht worden met allerlei leuke voorbeelden “in de wijk” aan de man gebracht. De Wibautlezing van Pieter Hilhorst doet daaraan mee. En natuurlijk heel leuk dat de buurvrouw voor meer mensen in de buurt kookt en de maaltijden tegen een bescheiden vergoeding levert. Ze is zelfs minder depressief geworden door de gezellige aanloop. Niks mis met op elkaars kinderen passen. Prima, dat je boodschappen doet voor je oude buurman als je toch al voor jezelf naar de super moest. En natuurlijk zetten we de vuilnisbak buiten, maken we het stoepje ook  sneeuwvrij bij de buurman en houden we hem een beetje in de gaten. En de “keukentafelgesprekken” verlopen altijd in een constructieve sfeer met redelijke hulpvragers en het netwerk erom heen.  Toch?

Geen woord over mogelijke nadelen. Zijn de burgers direct klaar “om de publieke taak te heroveren” en “het weer zelf te doen”? Mogen we daar a.u.b. even over doen? Er is niet eens een fatsoenlijke overgangsregeling. Wat nou als die buren dat niet willen doen? Wat nou als de kinderen zich niks aantrekken van hun moeder of toch al vinden dat ze te veel hooi op hun vork hebben.  Of ze wonen te veraf en hebben zelf het geld niet om te ondersteunen. Gaan we dan als gemeente die zorg toch maar verlenen? Verhalen we de kosten op de kinderen, als er wat te (ver)halen valt?  Wat doen we als in je gemeente veel burgers met een laag inkomen wonen?  Het uit je eigen budget gaan betalen? Ik denk, dat je daaraan niet ontkomt. We gaan straks toch niet de hoogte van de bijstand ook aan de keukentafel bepalen?

Verkiezingsuitslagen zijn grillig. De burger kiest in groeiende mate niet meer op ideologie, maar “strategisch”, stelt het eigen belang voorop en kiest op een persoon, omdat hij of zij het zo lekker brengt. Politieke debatten worden een soort “Voice of Holland” programma. Als integere bestuurders op zoek naar meerderheden er dan vervolgens nog chocola van willen maken dan zijn het draaikonten.  Het kabinet Rutte 2 is daarvan de resultante.

Ik ben ervan overtuigd dat dit heeft geleid tot de huidige bezuinigingen die ons sterk gaan raken. Ik kan niet anders concluderen, dat daarvoor kennelijk een groot draagvlak is bij de (gezonde) burger, die zijn geld liever consumptief besteedt.

Als sociaaldemocraat zie ik dat met lede ogen aan. Maar ik ben ook realist en dan zie ik dat de situatie nu eenmaal zo is. Ook ik kan als lokale politicus niet heen om bezuinigingen die gigantisch zijn. En dan niet alleen op het gebied van het sociale domein, maar ook voor de gemeente in zijn algemeenheid. Ik heb sterk geworsteld met de vraag of ik dit nog wel als bestuurder voor mijn rekening wil nemen. Als lokale politicus kan ik niet anders dan de pijn voor mensen met een laag inkomen zo veel mogelijk verzachten en aandringen op coulance als de kinderen niet willen meewerken (het gaat immers volgens de voorstanders van de transitie om een minderheid). En verder vertrouwen op “charity” ( familie, buren, de buurt, vrienden, de voedselbank en misschien weer een grotere rol voor de kerk).  Dit is het mij toch waard om “voor mijn rekening te nemen”.

Ik verwacht echter van mijn landelijke vertegenwoordigers dat zij oog hebben voor de mogelijke nadelen. Dat zij de het nieuwe beleid ingaan met een kritische blik. Een houding van we gaan ervoor, maar wel erop letten of het wel goed gaat wat we doen en of we niet moeten bijstellen. Blijft er wel voldoende geld over om zelfs de mensen met het laagste inkomen te ontzien? De hosanna verhalen over eigen kracht heb ik nu wel gehoord. Tenslotte hebben we de VVD ook uit de brand geholpen met de inkomensafhankelijke ziektekostenpremie. De nadelige impact van de transitie zou wel eens veel groter kunnen zijn en dan bij een doelgroep waarvoor de PvdA min of meer is opgericht.

 

Ron de Boer

10 maart 2013